De voorjaarswerkzaamheden zijn weer achter de rug. In de tweede week van maart gingen we “los”. De eerste bemesting werd uitgereden en de graanzaaimachine stond klaar. Helaas werd het een korte week, want moeder natuur had nog wat regen in het verschiet. Maar een week later werd toch de eerste brouwgerst gezaaid. En al vrij snel daarna werden op 21 maart de eerste suikerbieten gezaaid. Een week later dan voorgaande jaren. Maar de omstandigheden waren prima. De laatste dag van maart gingen de eerste zetmeelaardappels de grond in. Het ras BMC, voor lange bewaring in de schuur. Aansluitend werden de andere percelen zetmeelaardappels gepoot, gevolgd door de pootaardappelen. Het poten liep mooi door. De grond lag er mooi bij en kwaliteit van het pootgoed was prima. Op 14 april werd het poten afgerond. Dat was twee weken laten dan het afgelopen jaar, maar twee weken eerder dan in het natte jaar 2024. Alle gewassen kwamen mooi aan de gang. Mede dankzij de (kleine) hoeveelheden neerslag eind maart en 11 april. Ondanks de gematigde temperatuur groeien de gewassen goed. Op 1 mei kwam het eerste perceel aardappels al op. Dit is mede te danken aan de grote hoeveelheden zon die we in april gehad hebben (puls 25%). De verwachting is dat tweede week mei alle percelen aardappels er deels of geheel boven staan. Het gebrek aan neerslag is nu wel een punt van zorg, maar de weerberichten lijken goed. Nu moet er nog wat agrarisch natuurbeheer gezaaid worden en dan zit het voorjaarwerk er weer op. Een mooie start van dit teeltseizoen.

